Gisteren vond in het Muziekgebouw aan 't IJ voor de tweede maal het Toonzetters festival plaats. Dat is een festival waarin, volgens de organisatoren, "de beste nieuwe Nederlandse gecomponeerde werken uit het voorafgaande jaar" klinken. Het idee is dat jaarlijks de oogst wordt bepaald van het Nederlandse componeren, en dat binnen deze oogst wordt gezocht naar het beste stuk.
Voor deze laatste taak is een "vakjury" aangesteld, die dit jaar werd voorgezeten door dirigent Lucas Vis, en bestond uit organisatoren van hedendaagse muziekfestivals in ons land en daar buiten. Mensen met diverse achtergronden, van componist tot musicoloog. Er waren volgens de organisatoren ruim honderd inzendingen. Tien daarvan werden geselecteerd en tijdens Toonzetters (opnieuw) uitgevoerd. Drie waren er genomineerd voor de hoofdprijs van 10.000 euro. Deze prijs ging naar Robin de Raaff voor zijn Vioolconcert, een werk dat in december 2008 in première was gegaan.
Toonzetters is een merkwaardig en, zoals hieronder duidelijk zal worden, symptomatisch fenomeen. Het wordt georganiseerd door Muziek Centrum Nederland, Buma cultuur en het Muziekgebouw, drie organisaties die elk op hun eigen manier de promotie van de hedendaagse muziek beogen. Het idee om de oogst te bepalen past evident bij dit streven: lijstjes trekken de aandacht, prijswinnaars meestal ook, en de herhaalde uitvoeringen betekenen extra kansen voor de nieuwe stukken. Het signaal, bovendien, dat een verhoudingsgewijs zwaar gesubsidieerde sector zich jaarlijks buigt over de resultaten van de investeringen getuigt van gezonde rekenschap.
Het merkwaardige zit 'm niet in het oorspronkelijke idee, dat zo gek nog niet is, maar in de uitwerking. Want daar zaten we weer: de incrowd van de hedendaagse muziekwereld, waar ik mijzelf ook toe moet rekenen. Terwijl vorig jaar, mogelijk doordat Uitmarkt plaatsvond in de omgeving van het Muziekgebouw, toevallige passanten konden worden ontwaard, waren er dit jaar alleen de suspect few. En waren zij gisteren ook de happy few? Ik waag het te betwijfelen. Toonzetters was namelijk het tegendeel van een festival waarin de oogst van het voorbije jaar wordt gevierd.
Natuurlijk was er het vreemde feit dat het festival menig geselecteerd werk had vervangen door een ander werk van de betreffende componist. Hierdoor kon het gebeuren dat het winnende stuk niet tijdens het festival was te horen, maar een tien jaar oud werk dat er vaag mee te maken had. Wellicht, zo werd vanaf het podium geroepen, zou het winnende stuk van dit jaar in de volgende editie alsnog worden uitgevoerd. Schrale troost.
De werkelijke oorzaak van de totale feestloosheid ligt naar mijn idee dieper, en heeft te maken met een hardnekkig misverstand over de plaats waar hedendaagse muziek kan worden aangetroffen. Laat ik dit toelichten.
De vakjury is er zonder twijfel in geslaagd om uit de enorme stapel van partituren en opnames het "beste" werk te selecteren. Maar hebben de organisatoren van Toonzetters wel goed nagedacht over wat voor hun doel het "beste" stuk is? Is de oogst van het jaar gebaat hij de inspanningen van een vakjury die de welbekende algemene (en toch altijd weer zo persoonlijke) criteria toepast? Vermoedelijk zouden de organisatoren er meer aan hebben om te weten hoe "2008" is bijgebleven in de "hearts and minds" van al die mensen die de moed hadden om in dat jaar naar een hedendaags concert te gaan.
De impact van "2008" is onder meer te vinden in recensies van deze concerten in kranten, tijdschriften, radio, televisie en op het web. Daar zijn de sporen te vinden van wat 2008 in muzikaal opzicht is geweest – en dat is niet het zelfde als wat een jury uit dat jaar probeert te destilleren als zijnde van blijvende kwaliteit en betekenis. Pogingen om de tijd op een dergelijke manier te vangen zijn, met de neus zo dicht op de geschiedenis, gedoemd te mislukken. Bovendien is het niet nodig, want naast die stapel partituren is er nog een ander archief van het jaar 2008 dat zich uitstekend leent voor de doelstellingen van Toonzetters.
Hoeveel mensen in mijn omgeving heb ik niet met bewondering horen spreken over Calliope Tsoupaki's Passion, dat in juni in première ging? Hoe juichend waren de kranten niet over Rob Zuidam's Adam in Ballingschap? Vermoedelijk vallen deze stukken door hun grote bezetting buiten de categorieën van Toonzetters, maar dat doet niet ter zake. Ik zou deze luisteraars en schrijvers wel eens opnieuw willen horen, en vernemen hoe hun herinnering aan "2008" er nu, eind augustus 2009, bij staat. Toonzetters kan het werk overlaten aan een jury, maar doet er beter aan te graven in de herinnering aan het voorbije jaar. Nodig recensenten uit, zorg dat hun lezers (waar waren al die Parool, NRC en Volkskrant lezers?) er bij betrokken worden. Laat Toonzetters een feest zijn van de levende betrokkenheid van luisteraars, in plaats van de zelf-manifestatie van de infrastructuur van de hedendaagse muziek.
En laat de organisatoren werk maken van de setting. Want hoe bestaat het dat een festival met zo'n groot publicitair belang voor de sector, op zo'n volstrekt fantasieloze manier wordt gepresenteerd? Geen filmpjes op het klaarhangende projectiescherm, geen aankleding van het podium, houterige changementen, interviews met makers die maar niet op gang willen komen: het leek wel alsof niemand enige verantwoordelijkheid had willen nemen om het festival leven in te blazen. Het resultaat was een festival dat geen festival is maar een schorre echo van de praktijken die (zelfs!) het voormalige Gaudeamus al een tijd geleden verlaten heeft. Hun Night of the Unexpected staat ons gelukkig weer (op 11 september in Paradiso) te wachten, en wie weet, zal een flard van de herinnering aan deze Nacht, en aan al die andere mooie momenten die ons komend seizoen wachten, weerklinken tijdens Toonzetters 2010.
De werkelijke vindplaats van de hedendaagse muziek is niet in de rapporten van vakjury's, maar in het geheugen, het lichaam en het verlangen van haar luisteraars. Dit levende archief boor je aan door een feest aan te richten - het feest dat een heel jaar van componeren, spelen en luisteren simpelweg verdient.
maandag 31 augustus 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

2 opmerkingen:
Ik was er niet, maar ik was wel bij het festival van het Atlas Ensemble in het conservatorium. Daar was naast middelmatige muziek ook prachtige en zelfs overweldigende muziek te horen. Maar ook daar hadden de organisatoren waarschijnlijk geen seconde nagedacht over een informatieve en aantrekkelijke presentatie.
Ik was er niet, maar ik was wel bij de open dagen van het Atlas Festival in het conservatorium. En daarvoor gold hetzelfde: er was prachtige en soms zelfs overweldigende muziek te horen (naast minder geslaagde), maar de organisatoren hadden zo te zien geen seconde nagedacht over de presentatie daarvan.
Een reactie posten