woensdag 25 november 2009

Polly

Debat bijdrage aan MCN Muziekcafé, Muziek Centrum Nederland, 25 november 2009, 15-17 uur: Muziekbibliotheken: Planken vol emoties.

De scènes die zojuist door Els [van Swol] werden geschetst zijn even alledaags als absurd. Iedere dag komen er mensen naar bibliotheken – of naar boekwinkels en muziekwinkels - om daar nieuwe verhalen en muziek op het spoor te komen. De bibliothecaris stelt zich hulpvaardig op en poogt naar beste kunnen de klant met catalogi en advies bij te staan. De technieken die we vandaag bespreken maken onderdeel uit van dit zoek- en aanbodproces, dat overigens lijkt te zijn ontstaan toen het meervoud van het woord boek werd bedacht.

Tegelijk is er niets absurder dan juist dit tafereel aan de balie. Het doet onwillekeurig denken aan de beroemde scène van Monty Python, waarin een heer met een dode papegaai aan de toonbank van de dierenwinkel verschijnt. Vervang de papagaai door een willekeurige muziekdrager, en je ziet voor je hoe een klant, na heen te zijn gezonden met een geadviseerd stuk muziek terugkeert met mededeling dat deze muziek in zijn oren morsdood is. Wie of wat zou hem daarin ongelijk geven? Wat is eigenlijk het contract tussen de bibliothecaris en de bezoeker, die ook wel 'klant' wordt genoemd, of 'gebruiker'? Wat beoogt de bibliotheek deze laatste te geven, en op welke prestatie kan de bibliotheek dan ook worden afgerekend?

Naarmate de bibliotheken zich meer opstellen als dienstverleners binnen de moderne dienstensamenleving, raken zij meer in de greep van de specifieke logica die voor diensten gelden. Waar de bibliotheek voorheen een plaats was waar men op basis van lidmaatschap (dit geldt zowel voor openbare als privébibliotheken) zich op min of meer ongerichte wijze bloot kon stellen aan de collectie, is de hedendaagse bibliotheek een plaats waar steeds nauwere omschrijvingen gelden voor de aldaar aangeboden dienst. Het is geen nieuws om te zeggen dat deze dienst meer nauwkeurig wordt voorgesteld als een product, en met deze wending wordt de bezoeker van de bibliotheek – of deze nu lid is of niet – een (potentiële) consument.

Het onderwerp dat wij vandaag bespreken is een uiting van deze ontwikkeling van de bibliotheek in de richting van een dienstencentrum dat een reeks producten aanbiedt. Planken vol emoties! Dat is wel iets anders dan de zelfrepresentatie die bibliotheken voorheen hanteerden en waarin de bibliotheek zich presenteerde als archief- en documentariecentrum en als instantie ter bevordering van geletterdheid en eruditie. Ik spreek hier met name over de bibliotheken met bijzondere collecties, waar de meerderheid van muziekbibliotheken het voorbeeld van zijn. De bezoeker werd geacht zich te kunnen verplaatsen in de rol van ontvanger van kennis en zich naar deze positie in het kennisveld te gedragen. De kreet over planken vol emoties draait deze verhouding in feite om: er wordt niet langer een appel gedaan op wat bij de bezoeker nog niet aanwezig is (maar wel aanwezig kan worden: kennis). De potentiële klant wordt voorgesteld als iemand die reeds in het bezit is van hetgeen hij of zij in de bibliotheek bevestigd kan krijgen, namelijk emoties.

De wending van kennis naar emoties is zelf natuurlijk ook niet geheel onschuldig. Hoe verfrissend de kreet ook is uit de keel van een instelling die niet de naam heeft enorm toegankelijk te zijn (zeker niet in vergelijking met het evenementenpaleis van Beeld en Geluid), de prioritering van emoties in de omgang met muziek is er ook een om kritisch bij stil te staan. Want hoe vaak ook wordt geroepen dat muziek puur emotie is, glijden we met een dergelijke nadruk op de veronderstelde uitwerking van muziek op de luisteraar, terug naar tijden waarin het bewustzijn van muziek als iets met een kop, een kont, en een structuur waarover vaak vrij goed is nagedacht, nog geheel afwezig was. Een bibliotheek kan zich, lijkt mij, toch niet geheel onttrekken aan de taak om tegenwicht te bieden tegen de algehele onwetendheid waarmee muziek toch al zo veel omgeven wordt. Niet alleen planken vol emoties, dus, maar ook planken vol ideeën, verbeelding – ja, zelfs uitvindingen.

Terug naar de balie van de muziekbibliotheek.

De snelle evolutie van de bibliotheek in de voorbije jaren is vooral een digitale geweest. Dat geldt nog sterker voor de boekenbibliotheken dan voor de muziekbibliotheken, die er nu langzaam in lijken te slagen om aan de remmende werking van het muziekrechtenstelsel te ontkomen.

Terzijde: Het mooiste voorbeeld hiervan is ongetwijfeld Digileen, het systeem dat door de Centrale Discotheek Rotterdam is ontwikkeld om leden ook digitaal muziek te laten lenen. Het opmerkelijk is dat de beschikbare tracks vooral afkomstig zijn van, zoals CDR het zelf omschrijft, "de minder 'hitgevoelige' genres als jazz, klassieke muziek, wereldmuziek, die je ook niet direct op internet of in de doorsnee platenzaak vindt. Deelnemende labels zijn onder andere Zig Zag Territoires, Challenge, Chesky, Naxos, ECM, Pentatone, Dox, Music & Words en Harmonia Mundi France." Het wachten is op het ontwaken van Donemus, wiens drie labels schitteren door afwezigheid in dit rijtje - en tot mijn niet minder geringe verbazing overigens ook in 's werelds grootste muziekwinkel, iTunes. Maar dat, zoals gezegd, terzijde.

De digitalisering van de bibliotheek heeft een nieuwe ruimte doen ontstaan waarin de functie – laat staan de figuur - van de bibliothecaris nog slechts met moeite is terug te vinden. De bibliotheek is hem in zekere zin boven het hoofd gegroeid, hij is in hoger tempo oneindig geworden dan de bibliothecaris er in slaagt om zijn persioenleeftijd te verhogen. En dat was natuurlijk altijd al de inzet van iedere zichzelf respecterende bibliotheek: het domein te zijn van het over-leven, van het behoud van het leven voorbij de dood, ja zelfs het behoud van het leven voorbij zichzelf, in een hyper-leven. In zijn verhaal over de Bibliotheek van Babel beschreef Jorge Luis Borges al de goddelijk bibliotheek, die alle boeken zou bevatten die met het alfabet geschreven kunnen worden. Deze goddelijke bibliotheek zou versies van het leven van ieder van ons bevatten die wij zelf niet kunnen overzien. Wat zou er gebeurde zijn wanneer ik deze of gene beslissing wel of niet had genomen? Hoe zou mijn leven er uit hebben gezien als ik consequent naar de adviezen van mijn muziekbibliothecaris had geluisterd? Enzovoort. Ook het lot van deze behulpzame figuur was natuurlijk al beschreven, en lag ergens in deze bibliotheek op een lezer te wachten. Borges beschrijft hoe menig bibliothecaris (want alle mensen zijn in zijn verhaal bibliothecarissen) zich al van het leven had beroofd: "I believe I have mentioned suicides, more and more frequent with the years. Perhaps my old age and fearfulness deceive me, but I suspect that the human species -- the unique species -- is about to be extinguished, but the Library will endure: illuminated, solitary, infinite, perfectly motionless, equipped with precious volumes, useless, incorruptible, secret."

Andere bibliothecarissen, zo ging het gerucht, waren in een van de hexagonale afdelingen van de bibliotheek op het spoor gekomen van het ene boek waarin het totaal van de bibliotheek werd beschreven. Zij waanden zich een god. "On some shelf in some hexagon (men reasoned) there must exist a book which is the formula and perfect compendium of all the rest: some librarian has gone through it and he is analogous to a god." De reden waarom ik vandaag Borges citeer zal u duidelijk zijn: de ontwikkeling van een semantic web, waarin door middel van metadata de betekenis van de totale op het web beschikbare informatie in kaart wordt gebracht is zoiets als een boek te midden van boeken dat het compendium is van al die andere boeken. De droom van een dergelijk semantisch web, waarin de betekenissen niet alleen kunnen worden expliciet gemaakt, maar ook buiten iedere bemoeienis van een interpreterend subject kunnen functioneren, lijkt op het punt te staan om te worden gerealiseerd. Niet langer heeft de wereld een buitenstaander nodig om de wereld te interpreteren en daarmee de betekenis van die wereld geboren te laten worden. Het is voortaan de wereld zelf die haar zelfinterpretatie in de plaats stelt van het wereldbeeld van het subject. Het is niet zo gek om gegeven deze ontwikkeling te constateren dat bibliothecarissen langzaam uit het zicht verdwijnen. Ook lezers zullen gaandeweg minder nodig zijn.

Of gaan we met deze analogie en extrapolatie te snel?

Op de site van de nieuwe Openbare Bibliotheek in Amsterdam is het eerste item dat gevonden kan worden onder "Service" een link naar een speciale toolbar die de klant verder helpt. Voorbij het email adres van de "klantenservice" en de Aquabrowser vinden we echter ook nog de "al@din vraagservice," die zowaar belooft om op iedere denkbare vraag binnen vijf werkdagen antwoord te geven. Mijn vermoeden is dat achter deze link de bibliothecaris bezig is om zijn laatste bestaansmogelijkheid met overgave te benutten. Deze service, die aangeboden wordt door de gezamenlijke openbare bibliotheken, vertelt over zichzelf, "Alle bezoekers van al@din krijgen persoonlijk antwoord van een medewerker van de gezamenlijke openbare bibliotheken. Voor de beantwoording van moeilijke vragen beschikt al@din over een netwerk van specialisten buiten het netwerk van de openbare bibliotheken." Toch nog een mens in de reeds onmetelijke ruimte van de gezamenlijke openbare bibliotheken! Mijn gedachten gingen al uit naar een geschikte vraag. Wat zou ik doen als ik, ronddwalend door Borges' oneindige bibliotheek, een bibliothecaris tegen kwam? De meest voor de hand liggende vraag is natuurlijk waar de uitgang is: de uitgang uit het totaal van mijn mogelijkheden, juist in een poging om te ontkomen aan de suggestie dat mijn bestaan slechts een effect is van het alfabet. Voor zover ik dit verlangen deel met mijn bibliothecaris kan er een ander tekensysteem ontstaan, een andere werkelijkheid, die zich niet laat beschrijven met de 23 karakters van Borges.

Deze andere werkelijkheid heet lezen. Ik zou ook kunnen zeggen: deze werkelijkheid heet (muzikaal) luisteren. Want waar wij het hier vandaag over hebben bevindt zich in een overlappend gebied. Het punt dat ik naar voren wil brengen is dat we erg moeten uitkijken om de complexiteit van wat lezen en luisteren is, te verwarren met, of zelfs te reduceren tot, semantische technologieën. Het gevaar bestaat dat met deze nieuwe technologieën de ervaring zelf van het lezen en luisteren wordt vervangen door een soort geadministreerde dubbelganger. Lezen en luisteren, wil ik naar voren brengen, is iets anders dan het ten aanzien van een tekst of stuk muziek hanteren van propositionele logica zoals de drieslag subject-predikaat-object waar RDF triplets op gebaseerd zijn. Het is ook iets anders dan het inventariseren van muzikale surf- en koopgedrag (van mijzelf of van anderen), hoe gedetailleerd deze informatie soms ook is (cf. de Kindle van Amazon of de realtime playlist-informatie op lastFM). Laat ik met het laatste beginnen.


1. Luisteren is iets anders dan het inventariseren van (mijn) muzikale surf- en koopgedrag

Het is al enige tijd gemeengoed: de recommendation software die mij adviseert op basis van welke webpagina's ik bezoek, welke muziek ik aanklink om te luisteren. De informatie wordt gebruikt om mijn relatie tot databases zoals die van YouTube of Amazon te expliciteren en om te zetten in customer profiles en recommendations. U heeft "belangstelling getoond" voor dit product, wist u dat wij ook dit andere product hebben? En wist u ook dat 64% van de overige klanten na het zien van dat andere product over gingen tot aankoop? Of: U keek gisteren naar dat clipje van Rammstein, dan zult u ook vast geïnteresseerd zijn in wat andere Rammstein-kijkers in hun voorkeurenlijst hebben staan. Ook elders vinden we inmiddels deze technologie terug, bijvoorbeeld ingebouwd in iTunes, waar deze software Genius heet. Ging het enige jaren terug nog om vrij doorzichtige manieren om mij van A naar B te brengen, tegenwoordig is het vaak niet meer zichtbaar, en zelfs nauwelijks merkbaar, dat je gestuurd wordt. Een voorbeeld is de tendens bij Google om ook zoekopdrachten te vernauwen op basis van eerder zoekgedrag en ook op basis van de woonplaats (die je niet zelf hoeft op te geven, Google zoekt deze voor u) zodat de zoekresulteten in steeds meer gefilterde vorm op u toe komen. Het ontgaat de meeste Google gebruikers dat zoeken in "alle talen" bijna uitsluitend Nederlandse resultaten oplevert, dat we nooit een Deense site tegen komen, kortom, dat de suggestie van een globaal netwerk niet overeenkomt met de praktische werkelijkheid. We leven allemaal in onze regionale en in toenemende mate gepersonaliseerde bubble.

Dat was altijd al het geval zult u zeggen, want ook buiten internet leven we een minder globaal leven dan we graag denken. Maar de vraag is hoe klein, en vooral hoe voor-zien wij ons leven willen maken. En welke taak, en zelfs welk recht, bibliotheken hebben in het verkleinen van deze wereld. Het inzetten van personaliseringssoftware zal naar mijn idee slechts leiden tot een schijnbare expansie van mijn luister-horizon. Want de technologie die deze expansie ensceneert maakt geen gebruik van mijn luister-ervaring, maar van uitwendig gedrag van bezoekers (klanten, gebruikers), niet van de betekenis die dit gedrag impliceert. Geen software zal op basis van het feit dat ik dagelijks inlog op YouTube en naar de twee clips van Louis Andriessens Haags Hakkûh surf kunnen bepalen waarom ik dit doe. Maar om die betekenis draait het wel. De reden waarom ik luister kan van moment tot moment variëren, kan zelfs verborgen blijven, ook voor mijzelf. Dat is precies de reden waarom ik moet luisteren, en mijzelf moet toestaan op opnieuw te luisteren. We doen onszelf tekort als we het loutere feit van contact met een stuk muziek besluiten dat er sprake is geweest van luisteren, en zelfs dat wij een luisteraar van deze muziek zijn. De personaliseringssoftware zal het ongetwijfeld zo opvatten, maar de werkelijkheid is gelukkig complexer, en minder parochiaal, dan de resulterende customer profile doet vermoeden. Binnen deze technologie is in zekere zin alle gedrag reeds voorzien (en er is ook reeds in voorzien). De vraag is dus of bibliotheken er goed aan doen om de act van het luisteren in het kader te stellen van dergelijk reducerende methoden.


2. Luisteren is iets anders dan het ten aanzien van een tekst of stuk muziek hanteren van propositionele logica

Wat betreft het probleem van de ontoegankelijkheid van de betekenis van het luisteren zou men kunnen tegenwerpen dat web 2.0 (of 3.0 zoals sommigen het noemen, ik bedoel in elk geval semantic web) juist probeert dat bezwaar te ondervangen. De triplets van RDF, waarover wij zo dadelijk meer zullen horen, zijn immers bedoeld om data te voorzien van een extra laag van meta-data waarin de betekenis (of elementen hiervan) is gecodeerd van deze data. Het maakt bijvoorbeeld mogelijk dat wanneer de naam van Louis Andriessen opduikt in een tekst, door de software begrepen wordt dat het hier gaat om Louis de zoon van Hendrik, geboren in 1939 en componist van de muziek die te horen is in die twee YouTube clipjes. Mogelijk kan daar aan worden toegevoegd (hoewel mijn gebruikersnaam om privacy redenen zal worden genegeerd) dat ik een van de gebruikers van deze clipjes ben geweest, woonachtig ben in Amsterdam, geboren in 19zoveel en meer van die informatie. Dat gaat ongetwijfeld veel interessante doorkijkjes opleveren. Maar levert het mij werkelijk aan nieuwe mogelijkheden op? Vertelt deze informatie werkelijk iets over wat muziek betekent, voor mij, voor u, voor ieder van ons persoonlijk? Raakt deze informatie, of meta-informatie, aan het luisteren en aan wat er aan betekenis in het luisteren wordt geproduceerd (of, in veel gevallen, op een fascinerende manier verduisterd)? Is deze muzikale bibliotheek van Babel niet in een heel andere schrift geschreven, een ander alfabet, dan de taal die muziek vaak wordt gezegd te zijn?

Om dit punt naar een concreet niveau te vertalen: Als ik weet dat Andriessen iets heeft met Stravinsky, schiet ik daar dan als luisteraar iets mee op? Mijn these is dat het bewegen binnen het netwerk waaruit iemands identiteit bestaat, niet noodzakelijk het raakvlak tussen mij en die persoon vergroot. Er kunnen zelfs motieven in het spel komen die mij doen vervreemden van mijn aanvankelijke bewondering voor deze persoon. Als ik blijk te houden van de liedjes van Johan Heesters zal ik onaangenaam verrast zijn door de RDF die mij naar Dachau doorverwijst. De vraag is steeds nadrukkelijker wat we onder een luisteraar verstaan. Iemand die getroffen wordt door de muziek die zij tegenkomt, en in zekere (sterke) zin door deze ontmoeting wordt gevormd? Of raken we langzaam meer op het spoor van het "user" model, waarbij een luisteraar een knooppunt is in een netwerk? En hoe verhoudt de muziek die in de bibliotheek aanwezig is zich tot deze conversie van de persoon, van het type subject, dat aan de balie verschijnt? Is de bibliotheek tevreden met mensen die de deur uit gaan met een redelijke keuze? Of gaat het om het scheppen van een unieke, bijna absolute ervaring? Wil de bibliotheek mensen geven wat zij zelf goed voor zich achten? Of ziet zij een taak in het produceren van iets nieuws in degene die aan de toonbank verschijnt?

Veel van wat ik mij hier afvraag heeft een relatie met het houden van muziek. Wat voor een liefde propageert de hedendaagse bibliothecaris? Is zij een regisseuse van het arrangementshuwelijk, zeg maar de Annelies Penning van de muziek? Is zij de Sirene rond wiens voeten, op de bloemrijke velden van de muziek, de lijken van muziekminnaars zich hoog opstapelen? Is zij de priesteres van een recent overleden religie, namelijk de religie van de muzikale ervaring? Is zij het zelf wellicht die daar ligt, tussen zes planken en vol emoties, wachtend op het fatale algoritme? Wellicht moeten we de scène van Monty Python inderdaad anders lezen. Wellicht moeten we begrijpen dat Polly niet de naam is van de dierverkoper die achter de balie staat (die aan het begin van de scène met "Miss" wordt aangesproken), maar de naam van de bibliothecaresse die in haar kooitje lijkt te zijn bezweken. Over haar gezondheid wordt hier vandaag gesproken, maar het zal nog een klus worden om te besluiten of zij dood is ("joined the choir invisible") of juist springlevend. Maar voordat wij ons wentelen in het comfortabele gevoel dat we altijd nog kunnen kiezen voor een naaktslak ter vervanging van onze dierbare Polly, moeten wij onszelf, en elkaar, steeds weer herinneren aan Borges' opmerking dat wij allen, tegenwoordig, bibliothecarissen zijn.

1 opmerking:

Zilvervis zei

En toch, ondanks de digitalisering heeft volgens mij een muziekbibliothecaris nog heel veel bestaansrecht. Misschien ga jij er ook zo over denken nadat je dit interview met Jack van 't Pad gelezen hebt:
http://zilvervis.net/2011/01/19/als-iemand-om-een-vivaldi-sonate-vraagt-slaak-ik-een-diepe-zucht/